TABEL 11 - RECHTSGEBIED ANTWERPEN

Uitstroom van zaken in de loop van 2018 per parket: motieven voor de zonder strafvervolging afgehandelde zaken (N en %)

<< vorig (tabel 10) |
tabel 11 voor 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025
Antwerpen Bergen Brussel Gent Luik - België
| volgend (tabel 12) >>
  ANTWERPEN LIMBURG RECHTSGEBIED BELGIE
n % n % n % n %
Afhandeling zonder strafvervolging om technische redenen 25.250 71,12 15.316 66,24 40.566 69,20 215.147 63,58
    Onvoldoende elementen voor strafvervolging 23.862 67,21 14.630 63,27 38.492 65,66 204.245 60,36
        Geen misdrijf 4.758 13,40 4.235 18,32 8.993 15,34 48.877 14,44
        Onvoldoende bewijzen 13.708 38,61 4.092 17,70 17.800 30,36 71.243 21,05
        Dader(s) onbekend 5.396 15,20 6.303 27,26 11.699 19,96 84.125 24,86
        Noodzakelijke gegevens niet beschikbaar omwille van de huidige wetgeving op de dataretentie 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00
    Verval van strafvordering 421 1,19 129 0,56 550 0,94 2.128 0,63
        Verjaring 304 0,86 64 0,28 368 0,63 784 0,23
        Overlijden van de verdachte 117 0,33 65 0,28 182 0,31 1.344 0,40
        Verlies van rechtspersoonlijkheid 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00
    Niet-toelaatbaarheid van strafvordering 908 2,56 536 2,32 1.444 2,46 7.469 2,21
        Onbevoegdheid nationale vervolgingsorganen-rechtsmachten 151 0,43 156 0,67 307 0,52 2.285 0,68
        Kracht van gewijsde 684 1,93 259 1,12 943 1,61 4.305 1,27
        Immuniteit 0 0,00 0 0,00 0 0,00 32 0,01
        Strafuitsluitende verschoningsgrond 50 0,14 112 0,48 162 0,28 648 0,19
        Voor klachtmisdrijf: afwezigheid klacht of klachtafstand 1 0,00 1 0,00 2 0,00 101 0,03
        Ne bis in idem 22 0,06 8 0,03 30 0,05 98 0,03
    Onbekend/error 59 0,17 21 0,09 80 0,14 1.305 0,39
Afhandeling zonder strafvervolging om opportuniteitsredenen 10.252 28,88 7.807 33,76 18.059 30,80 123.235 36,42
    Motieven eigen aan de aard van de feiten 2.523 7,11 2.938 12,71 5.461 9,32 35.723 10,56
        Beperkte maatschappelijke weerslag 129 0,36 418 1,81 547 0,93 3.372 1,00
        Nadeel gering 797 2,24 647 2,80 1.444 2,46 4.352 1,29
        Wanverhouding tussen de gevolgen van de strafvervolging en de maatschappelijke verstoring 760 2,14 565 2,44 1.325 2,26 16.029 4,74
        Toevallige feiten met oorzaak in specifieke omstandigheden 667 1,88 1.200 5,19 1.867 3,18 8.400 2,48
        Aandeel van partijen niet duidelijk te bepalen 0 0,00 0 0,00 0 0,00 0 0,00
        Redelijke termijn vervolging overschreden 170 0,48 108 0,47 278 0,47 3.566 1,05
        Mogelijke opslorping 0 0,00 0 0,00 0 0,00 4 0,00
    Motieven eigen aan de verdachte, het slachtoffer of hun onderlinge verhouding 3.753 10,57 2.201 9,52 5.954 10,16 36.765 10,86
        Afwezigheid van voorgaanden 677 1,91 487 2,11 1.164 1,99 6.236 1,84
        Jeugdige leeftijd van de verdachte 7 0,02 6 0,03 13 0,02 83 0,02
        Schade geregeld of onwettige toestand geregulariseerd door de verdachte 2.918 8,22 1.481 6,40 4.399 7,50 22.236 6,57
        Houding van de klager 77 0,22 127 0,55 204 0,35 2.384 0,70
        Dader en slachtoffer staan in een specifieke relatie tot elkaar 74 0,21 100 0,43 174 0,30 5.826 1,72
    Beleid 3.976 11,20 2.668 11,54 6.644 11,33 50.747 15,00
        Te weinig recherchecapaciteit 705 1,99 370 1,60 1.075 1,83 14.621 4,32
        Andere prioriteiten bij opsporings- en vervolgingsbeleid 1.223 3,44 1.136 4,91 2.359 4,02 26.590 7,86
        Voorrang aan de burgerlijke afhandeling 2.048 5,77 1.162 5,03 3.210 5,48 9.536 2,82
TOTAAL 35.502 100,00 23.123 100,00 58.625 100,00 338.382 100,00

Bron: gegevensbank van het College van Procureurs-generaal - statistisch analisten

Methodologische kanttekeningen

Algemeen

Zaken die tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018 werden gesloten, behoren tot de uitstroom van het jaar 2018.
Deze tabel biedt een overzicht van één van de uitstroommodaliteiten waarop zaken in de loop van 2018 zijn uitgestroomd, de afhandeling zonder strafvervolging (cfr. tabel 9).

Motief van afhandeling zonder strafvervolging

De afhandeling zonder strafvervolging is een beslissing van het Openbaar Ministerie waarbij het onderzoek naar de feiten als afgehandeld wordt beschouwd en geen strafrechtelijke vervolging wordt ingesteld. De beslissing tot afhandeling zonder strafvervolging is in wezen een voorlopige beslissing die door het Openbaar Ministerie kan herzien worden wanneer zich nieuwe bewijs- of onderzoekselementen aandienen.
Als onderdeel van de Franchimont-hervorming legt de wet aan de procureur des Konings de verplichting op om zijn beslissing te motiveren (art. 28 quater al. 1 van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd door de wet van 12 maart 1998). De parketten beschikken over een gedetailleerde lijst van motieven voor de afhandeling zonder strafvervolging, zoals vermeld in de omzendbrief COL 16/2014 van het College van Procureurs-generaal betreffende de toepassing van de wet van 12 maart 1998.

Afhandeling zonder strafvervolging om technische redenen
Deze rubriek toont het aantal en de totale proportie van de motieven tot afhandeling zonder strafvervolging om technische redenen.
Afhandeling zonder strafvervolging om opportuniteitsredenen
Deze rubriek toont het aantal en de totale proportie van de motieven tot afhandeling zonder strafvervolging om opportuniteitsredenen.

Jaarstatistiek van de correctionele parketten
Opsporing en vervolging van strafzaken door de parketten bij de rechtbanken van eerste aanleg
https://stat.om-mp.be/intro_n.html